“Hedde ene goejen oard hier in Gôôl?” Een vraag die me, vooral in mijn eerste jaren in het Brabantse Goirle, gesteld werd. Het antwoord is: ja. Maar na vijfendertig jaar spreek ik nog altijd met een tukkers accent. De ene dag meer dan de andere. “Je hebt oma zeker net aan de telefoon had” zeiden de kinderen, toen mijn moeder nog leefde. Want oma en haar generatie spraken vrijwel uitsluitend Twents.
Het zal de leeftijd zijn (bijna zestig), dat ik steeds vaker vind, dat uitspraken in het Twents zo mooi klinken en dat er in het Twents woorden zijn, die in het Algemeen Beschaafd Nederlands geen goede vertaling kennen. Goede voorbeelden daarvan zijn het niet zo verse, wat zachte koekje (het koekje is “slof”) of het zeer pijnlijke gevoel in je vingers als het vriest ( “de vingers stekt mie duur”). Hoe langer ik in Goirle woon, hoe meer ik de typische Twentse spullen verzamel, zodat ik mijn roots niet vergeet. De Twentse scheurkalender hangt ieder jaar weer op het toilet. En in de boekenkast staan het Twentse woordenboek, Jipke en Jannöaken naast Kroamschudd’n in Mariaparochie en andere boeken van Herman Finkers.
Herman Finkers is een groot ambassadeur van de Twentse taal. Ik ben een enorme fan van hem. Ik houd van zijn taalkundigheid die doorspekt is met droge humor. Wat vind ik het leuk, dat hij onlangs het boekje “De Kleine Prins” naar het Twents vertaald heeft. De vertaalde titel is “Et Heanige Preenske”. Mooi gevonden, want in het Twents betekent “heanig” niet alleen klein, maar ook “rustig en bedeesd”.
“Le Petit Prince” is een Frans boekje van maar 120 pagina’s. Het is door Antoine de Saint-Exupéry in 1943 geschreven, midden in de Tweede Wereldoorlog. Op het eerste gezicht een sprookje. Het onschuldige prinsje komt van een verre planeet en maakt onderweg naar de aarde kennis met verschillende volwassenen. Die maken zichzelf belachelijk met hun eigenaardigheden. Het prinsje vat die eigenschappen zo mooi samen, dat het geen wonder is dat ze overal als quotes en citaten te vinden zijn.
Een heel mooie vind ik bijvoorbeeld: “Volwassenen houden van cijfers.. Wanneer je hen vertelt dat je een nieuwe vriend hebt, stellen ze je nooit vragen over echt belangrijke dingen. Ze zeggen nooit “hoe klinkt zijn stem? Van welke spelletjes houdt hij? Verzamelt hij vlinders?” In plaats daarvan willen ze weten hoe oud hij is, hoeveel hij weegt en hoeveel zijn vader verdient. Door deze getallen denken ze dat ze iets over hem te weten zijn gekomen.
Het boek zit vol met diepzinnige en idealistische levenswijsheden, die op een kinderlijk eenvoudige manier worden beschreven. Daarom ik het wereldliteratuur. Door de meer dan 400 vertalingen zie je dat het de taal verwoordt van mensen over de hele wereld. Of je nu in Twente woont of in het mooie Goirle, waar ik me als tukker al vijfendertig jaar thuis voel.
