Warm is het deze dagen. Fietsend naar de sportschool breekt het zweet me uit, maar daar kan ik tegen. Sterker nog, ik geniet ervan. Dat was een paar maanden geleden anders
Na een domme, ongelukkige val op skivakantie breek ik in februari mijn enkel. Het betekent ruim acht weken aan huis gekluisterd zijn en afhankelijk zijn van de goedbedoelde zorg van manlief. Acht weken zitten en vanuit mijn stoel commentaar inslikken. Want het aanrecht staat vol vuile vaat, de was is verkeerd opgevouwen, er is nog steeds niet gestofzuigd en er worden andere boodschappen gedaan, dan ik zou doen. Kortom, het is niet altijd even gezellig.
Opstaan is een crime en ik puf bij iedere inspanning. De broeken zitten te strak en de vetrolletjes floepen over mijn broeksband. Ik heb geen weegschaal nodig om te weten dat er werk aan de winkel was. Eind maart is het zover. Lopen zonder krukken en eindelijk weer naar buiten. Fietsen met de frisse wind in mijn gezicht, ik ruik de bloesems en ga naar de sportschool. Het lijf weer in beweging krijgen begint met de been -en buikspiertoestellen. De “ping” na iedere herhaling is een stimulans en een stap dichter bij het einde van de oefening. Maar de echte stimulans is de vooruitgang.
Ondertussen is het hoogzomer. De training zit er weer op. Ik voel de adem in mijn keel kloppen. De zweetdruppels lopen over mijn rug. Ik lik het zoute vocht van mijn lippen en ik ruik mezelf. Lijfelijk moe van de sportieve inspanning, loop ik naar de kleedkamer en worstel met het uitdoen van de klamme sport-BH. “Frisch und sauber” loop ik vervolgens de koele sportschool uit. De warmte komt me als een föhn tegemoet. Glimlachend stap ik op de fiets en ga gauw naar huis. Ik heb een beloning verdiend!
